Het ontstaan van het Nationaal Historisch Museum

Op 15 mei 2006 schreven Jan Marijnissen (SP) en Maxime Verhagen (CDA) een bevlogen pleidooi over het historisch besef in Nederland. ‘Een volk zonder geschiedenis bestaat niet,’ schreven zij in Trouw. Zij pleitten voor een Nationaal Historisch Museum, een Huis van de Geschiedenis, dat net als in Duitsland de geschiedenis moet tonen en bewaken.

De politiek reageerde enthousiast op het idee. De Tweede Kamer stelde een Raad van Toezicht in met als voorzitter Atzo Nicolaï. Drie steden droegen zich voor als locatie voor het nieuwe museum. Na rijp beraad werd Arnhem gekozen.

Er werd een stichting opgericht om het museum te realiseren. Het Nationaal Historisch Museum wordt een rijksmuseum met een zelfstandige en onafhankelijke status. De tweekoppige directie bestaat uit algemeen directeur Erik Schilp (1967), voormalig directeur van het Zuiderzeemuseum en inhoudelijk directeur Valentijn Byvank (1964), voormalig directeur van het Zeeuws Museum in Middelburg.

Samen met diverse partijen in Nederland en in voortdurend debat met de politiek en de Nederlandse bevolking wil de directie van het Nationaal Historisch Museum een uniek museum maken in Nederland. Een museum waar de geschiedenis leeft. Een museum dat er overal en altijd is. Een museum dat invulling geeft aan de vraag om historisch besef, maar op een leuke en aansprekende manier.

De directie ontwikkelt het museum aan de hand van een visiedocument dat opgesteld is samen met historici en andere geïnteresseerden. Ze zijn ook erg benieuwd naar hoe jij vindt dat het Nationaal Historisch Museum er uit moet komen te zien. Daarom nodigen Erik en Valentijn je graag uit om mee te denken, bijvoorbeeld hier op deze website.