Denkend aan de universiteit van Leiden…
De universiteit van Leiden is de oudste van Nederland. Dit jaar viert het instituut zijn 435e verjaardag. In al die jaren hebben honderdduizenden aan de universiteit gestudeerd en gewerkt. Komende dagen publiceren we enkele herinneringen. Laat het ons weten als je zelf ook bijzondere herinneringen aan de universiteit of het studentenleven hebt! Gebruik de hashtag #LeidenunivINNL als je meedoet via Twitter.
Filips II
Willem van Oranje schonk Leiden in 1575 de universiteit als beloning voor het verzet tegen de Spaanse belegering. Filips II was op dat moment nog rechtmatig vorst in Nederland en de eerste om te protesteren tegen de stichting van dit instituut. Volgens Filips zou op de Leidse universiteit de leer van de 'calvinistische sekte' worden onderwezen, waardoor het 'gecorrumpeerde instituut' een 'schadelijke infectie' van katholiek Nederland betekende:
Ja dat meer is, hebbende ten selven eynde
opghericht een vorm van Universiteyt in onse stadt
van Leyden in Hollandt, vande welcke overmitz die
openbaere professie vande Calvinistische secte
ende die ghecorrumpeerde institutie anders niet te
verwachten en staet, dan een schadelycke infectie
over t'lichaem van t'gemeente.
Lees in Willem Otterspeers Groepsportret met dame meer over Filips angst voor een calvinistische universiteit.
Henk Wesseling
Historicus Henk Wesseling (1937) vertelt in zijn boek Zoon en vader. Vader en zoon over zijn studietijd en zijn beginjaren aan de universiteit. Nu behoort is hij tot één van Nederlands bekendste historici. Tijdens zijn studententijd zag het daar nog niet naar uit. Colleges bezocht hij 'met weinig enthousiasme en nog minder trouw'. Hij noemde het studentenleven een 'bijzondere fase van lichtzinnigheid, ledigheid en losbolligheid'.
Daarna promoveerde hij toch. Maar dat had weinig van doen met wetenschappelijke idealen; het was zijn manier om de studententijd voort te zetten. 'Vooral in Leiden waar het romantische negentiende-eeuwse sentiment over het studentenleven sterk ontwikkeld was, werd de tegenstelling tussen "het onbezoldigde studentenleven" en "de kille maatschappij” die daarna wachtte erg gecultiveerd.'
Wesseling kwam betrekkelijk eenvoudig aan de universiteit terecht. 'Ik had een promotiebeurs, hoe bescheiden ook, gekregen zonder ooit een onderzoeksplan te presenteren. De promotiebegeleiding beperkte zich tot een jaarlijkse telefonische vraag naar de stand van zaken en de beste wensen. Ik kreeg een universitaire baan aangeboden zonder daar ooit naar gesolliciteerd te hebben, door een promotor die nog geen regel van mijn proefschrift onder ogen had gehad.'
Lees op de website van de universiteit meer over Wesseling in Leiden of luister naar een radio-interview van 747AM.
Francois HaverSchmidt
Onder het pseudoniem Piet Paaltjens schreef François HaverSchmidt (1834 - 1894) speelse, wrange en ironische gedichten. HaverSchmidt studeerde theologie in Leiden en beleefde daar mooie momenten. Hij was lid van de studentenvereniging Minerva. Juli 1885 vertrok hij uit Leiden, omdat de studie klaar was. Dat ging met pijn in het hart, zoals blijkt uit deze brief die hij aan een vriend schreef, over zijn laatste Leidse avond: 'Ik gevoelde mij zoo diep ongelukkig, dat het waarachtig was of mij het bonzend hart zou barsten in den boezem. Ik bad om tranen en kon niet weenen. Zie, ik had mij zoo gansch en al met ziel en lichaam verpand en verkocht en overgegeven aan het studentenleven en bovenal aan de vrienden, die ik onder de studenten had gevonden, dat het voor mij was alsof ik moest sterven, neen, alsof ik levend zou moeten begraven worden, toen ik ook de laatste banden moest afsnijden, die mij hechtten aan mijn wereld. Goddank dat die ure voorbij is!'
In 2008 presenteerde de Universiteitsbibliotheek van Leiden een tentoonstelling HaverSchmidt en Leiden. Lees daar meer over zijn Leidse periode.
Mien Minis-van de Geijn
Mien Minis-van de Geijn (1910 – 2009) promoveerde in 1937 in de paleontologie. Dat was bijzonder; ze was een van de eerste vrouwen. In 2007 blikte ze terug op haar studententijd in Leiden. 'Verliefd worden? Dat deed je gewoon niet. Dat mocht pas als je afgestudeerd was.'
'Ik ben heel vaak verhuisd in die tijd. Het collegejaar begon op 3 oktober en eindigde in mei. Het was veel te duur om in de vakantie mijn kamer aan te houden. Daarom zegde ik die in mei op en ging ik weer bij mijn ouders wonen. In oktober vond ik dan weer een nieuwe kamer. Dat was nooit een probleem, kamernood had je toen nog niet. Ik heb op wel acht verschillende plaatsen gewoond.'
Ook prinses Juliana kwam destijds veel op de Leidse universiteit. 'Als je haar op de gang tegenkwam, was ze altijd omringd door veel vriendinnen. Bodyguards waren niet nodig.'
Minis-van de Geijn overleed in november 2009. Lees op de website van de universiteit meer over haar tijd in Leiden.
Karel van het Reve
Karel van het Reve (1921 – 1999) was van 1957 tot 1983 hoogleraar Slavische letterkunde in Leiden. Hij beleefde niet alleen maar plezier aan het werk. In zijn afscheidscollege zei hij 'de macht over studenten' te haten. 'Er moet iemand zijn die cijfers uitdeelt, die mensen laat zakken of laat slagen. Dat is iets afschuwelijks. Ik wil best mijn oordeel geven over wat een student geschreven heeft of een antwoord geven op de vraag of die student van een bepaalde zaak iets weet of niet. Dat is niet moeilijk. Maar ik vind het zeer onaangenaam als aan mijn oordeel administratieve consequenties verbonden zijn. Voor sommigen is macht in de zin dat je iemand kunt laten slagen of zakken iets fijns, een positie die zij graag willen bereiken. Voor mij is het iets afschuwelijks en een van de redenen waarom ik wegga.'
Lees bij De Groene Amsterdammer meer over Van het Reve in Leiden.
Maarten Biesheuvel
Voor Maarten Biesheuvel (1939) was het contact met Karel van het Reve op de universiteit stimulerend. Biesheuvel noemde Van het Reve God en onderhield een intensieve correspondentie met hem. Op zijn beurt erkende Van het Reve Biesheuvels uitzonderlijke talent. Biesheuvel studeerde vanaf 1960 rechten en werd lid van de studentenvereniging Catena. Hij schreef voor het verenigingsblad en voor het Leids Universiteitsblad.
Lees bij VVV Leiden meer over Biesheuvel in Leiden.
Johann Friedrich Gronovius
De Duits-Nederlandse classicus Gronovius (1611 – 1671) was hoogleraar in Leiden. Hij vond vooral rust en vrije tijd (otium in het Latijn) belangrijk. Iedere universiteit kon kwakzalvers binnenhalen, maar als je als universiteit geleerde en gerenommeerde mannen aan je wilde binden, dan moest je die goed verzorgen.
Universiteitshistoricus Willem Otterspeer citeert Gronovius in zijn boek Groepsportret met dame: '"Wil men roepers en quacsalvers, dy geheele daege spreeken connen," dan waren die, zo wist Gronovius, "overal genoeg te crijgen en voor cleynen loon; maer wil men geleerde en gerenommeerde mannen hebben, dy moet men liberaliter tracteeren, niet alleen met gage, maer oock otio." Naast rust voor het beoefenen van wetenschap, was er ook tijd nodig voor de voorbereiding van zijn colleges. "Want men moet niet inbeelden dat de lessen uyt de mauwen geschuddet worden", schreef Gronovius.'
Albert Einstein en Paul Ehrenfest
De natuurkundige Albert Einstein (1879 – 1955) kwam vaak in Leiden op bezoek, omdat de Leidse natuurkundefaculteit een hoog niveau had. Hij ontwikkelde een bijzondere vriendschap met de Oostenrijks-Nederlandse natuurkundige Paul Ehrenfest (1880 – 1933). Een mooie anekdote is die van een college waarin Einstein de relativiteitstheorie probeert uit te leggen aan de studenten van Ehrenfest: 'Uit de vragen die na afloop werden gesteld, werd het Ehrenfest duidelijk dat de studenten het niet goed hadden begrepen. Daarom vroeg Ehrenfest aan Einstein: "Vind je het goed dat ik het nog eens probeer uit te leggen?" Einstein vond dit uitstekend en ging tussen de toehoorders zitten. Toen Ehrenfest was uitgesproken stond Einstein op en zei: "Dank je wel, nu heb ik het eindelijk zelf ook begrepen."'
Lees bij VVV Leiden meer over Einstein in Leiden.




2
Interessante
Reacties