Geen Winterspelen in Nederland in 1928
Voor 1928 was het de gewoonte om Winter- en Zomerspelen in hetzelfde land te houden. Maar de Olympische Spelen van 1928 waren toegewezen aan Amsterdam, en de Nederlandse winters waren niet altijd erg winters…
Ongeschikt klimaat
De eerste Olympische Winterspelen vonden begin 1924 plaats in het Franse Chamonix. Later dat jaar volgden de traditionele Olympische Spelen in Parijs. Zo ontstond de traditie om beide sportevenementen in hetzelfde land te organiseren. Maar Nederland meldde al in 1923 aan het Internationaal Olympisch Comité (IOC) dat het Nederlandse klimaat ongeschikt was om Winterspelen te organiseren.
Warme winters
Het Nederlands Olympisch Comité (NOC) wilde eerst nog schaatsen en ijshockey in eigen land laten plaatsvinden. Een sport als skiën kon dan in een kouder en meer bergachtig land worden georganiseerd, bijvoorbeeld door een Nederlandse wintersportvereniging in Zwitserland. Maar het risico op een warme winter werd uiteindelijk te groot geacht en alle winterse sporten moesten naar een ander land.
Naar St. Morirz
Daarop startten Zwitserse wintersportoorden als St. Moritz en Davos een strijd om de Winterspelen. St. Moritz bouwde een hoge skischans, die sprongen van 70 meter en meer mogelijk maakte. In 1926 kreeg St. Moritz alle wintersporten toegewezen.
Dooi
Dat Nederland geen geschikt land was voor de Winterspelen, bleek in februari 1928. Terwijl in St. Moritz de wintersporters aan de gang waren, was het in Nederland meer dan tien graden boven nul. Maar ook in St. Moritz bleek het te kunnen dooien. Op 14 februari 1928 moest de 10.000 meter schaatsen na de vierde rit worden afgelast. Daarop stelde de organisatie voor om de wedstrijden te verplaatsen naar Davos. De meeste schaatsers wezen dat voorstel af. Als amateur hadden ze verplichtingen aan hun werkgevers en hun gezinnen. Bovendien hadden ze vaak hun reis naar huis al geboekt. Op de 10.000 meter schaatsen werden daarom geen medailles uitgereikt.



