Nederlandse eurocommissarissen
Begin februari wordt de nieuwe Europese Commissie geïnstalleerd. Neelie Kroes begint dan aan haar tweede termijn als eurocommissaris. Welke Nederlanders gingen Kroes vooraf?
Kolen en staal
Na de Tweede Wereldoorlog spraken Frankrijk, West-Duitsland, Italië en de Benelux af om samen te werken aan de wederopbouw van Europa. Om de samenwerking en de verdeling van de grondstoffen te garanderen, richtten deze landen in 1951 de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) op.
Pionierswerk
Die samenwerking beviel zo goed, dat het Verdrag van Rome in 1957 de weg vrijmaakte voor de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (EEG). Bij die EEG hoorden meer structuur en meer organisatie. Zo trad in 1958 de eerste Commissie aan. Onder leiding van de Duitser Walter Hallstein verzette die veel pionierswerk bij het opzetten van Europese instellingen. Daarna ontwikkelde de Europese Commissie zich tot het dagelijks bestuur van de Europese Unie.
Sicco Mansholt 1958 - 1973
De eerste Nederlandse eurocommissaris was de Groningse boer Sicco Mansholt (1908 – 1995). Na de Tweede Wereldoorlog maakte Mansholt een bliksemcarrière: als 36-jarige werd hij in Nederland minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening. Hij wilde de landbouwproductie opschroeven om voedseltekorten zoals in de Hongerwinter voor altijd te voorkomen. Hij garandeerde de Nederlandse boeren een minimumprijs voor belangrijke producten als melk en graan, zodat die er altijd in overvloed zouden zijn.
In 1958 werd Mansholt lid van de Europese Commissie, op de portefeuille Landbouw. Daar werkte hij verder aan de voedselvoorziening. Maar in de uitvoering van Mansholts ideeën liep het mis. Er ontstonden grote overschotten zoals melkplassen en boterbergen. Mansholt besloot daarom om vóór 1980 de helft van alle Europese boerderijen sluiten. De boeren waren woedend. In 1971, toen Brussel akkoord ging met een afgezwakte variant van dit besluit, braken in de stad hevige rellen uit waarbij een dode viel.
Maan Sassen 1967 - 1971
Deels tegelijkertijd met Mansholt, zat Maan Sassen (1911 -1995) voor Nederland in de Europese Commissie. Als katholiek politicus kwam hij in 1946 in de Tweede Kamer. Al na twee jaar werd hij minister van Overzeese Zaken, maar dat bleef hij maar een half jaar. Hij botste met zijn collega’s over zijn harde opstelling tegen de onafhankelijkheidswens van Indonesië. Daarna vervulde hij veel politieke functies: in de provincie, in de Eerste Kamer en in Europa. In 1967 werd hij lid van de Europese Commissie, op de post Mededinging. De website Parlement & Politiek omschrijft hem als een zelfbewust politicus, die het soms aan tact ontbrak.
Pierre Lardinois 1973 - 1977
De Limburger Lardinois (1924 – 1987) werd als landbouwcommissaris de opvolger van Mansholt. Net als Mansholt was Lardinois eerst in Nederland minister van Landbouw en Visserij. Meteen na zijn Nederlandse ministerschap vertrok hij naar Brussel. Daar moest hij opboksen tegen de steeds stijgende kosten die Mansholts aanpak veroorzaakte. Zijn optreden oogstte veel lof, maar het werk beviel hem niet: 'Ik ben als landbouwcommissaris te veel brandweerman en te weinig architect'. Toen hij in 1976 zijn vertrek aankondigde, stelde dat velen teleur. Lardinois werd gezien als een van weinigen die het Europese landbouwprobleem van overproductie konden oplossen.
Henk Vredeling 1977 - 1981
Met Vredeling (1924 – 2007) zond Nederland in 1977 alweer een landbouwspecialist naar Europa. Maar tot Vredelings eigen teleurstelling kon hij niet in de voetsporen van Lardinois en Mansholt treden. Hij kwam op de post Sociale Zaken en Werkgelegenheid terecht. In Brussel ervoer hij dezelfde frustratie als Lardinois. Hij voelde zich een ‘gefrustreerd konijn’ en greep veelvuldig naar de fles. Toch werd hij na zijn overlijden herinnerd als ‘ongepolijst minister, gedreven Europeaan’.
Frans Andriessen 1981 - 1993
Na Lardinois en Vredeling, die snel teleurgesteld raakten in de commissie, trad weer een Nederlandse commissaris aan die het lang volhield in Brussel. Frans Andriessen (1929) werd in 1971 partijleider van de KVP en nam in 1977 als minister van Financiën zitting in kabinet Van Agt I. In 1980, een jaar voor de verkiezingen, trad hij af omdat hij de bezuinigingen niet voldoende vond. Vrijwel meteen daarna vertrok hij naar Brussel, waar hij twaalf jaar bleef. Hij was commissaris op de posten Mededinging (‘81 – ’85), Land- en Bosbouw (’85 – ‘89) en Externe Betrekkingen (’89 – ’93).
Hans van den Broek 1993 - 1999
De CDA-politicus Van den Broek (1936) was van 1982 tot 1993 minister van Buitenlandse Zaken. Daarna vertrok hij naar Europa, waar hij zich bezighield met Buitenlandse Betrekkingen en de uitbreiding van de Europese Unie. Hij hoopte daarna de overstap te kunnen maken naar de NAVO, waar hij secretaris-generaal wilde worden. Volgens hem weigerde het kabinet van PvdA, VVD en D66 een CDA’er voor te dragen voor die functie. Maar hij kon ook niet in Brussel blijven, omdat de VVD’er Bolkestein eurocommissaris wilde worden.
Frits Bolkestein 1999 - 2004
Bij de kabinetsonderhandelingen tussen PvdA, VVD, en D66 in 1999 was een van de VVD-wensen dat partijleider Frits Bolkestein (1933) CDA’er Hans van Broek zou opvolgen als eurocommissaris. Op de post Interne Markt, Douane en Belastingen maakte hij zich hard voor één open Europese Markt. De Bolkestein-richtlijn bepaalde dat bedrijven zonder belemmeringen in alle Europese landen mogen werken. Bolkestein is opgenomen in onze Nationale Portrettengalerij, waar hij wordt geroemd omdat hij tegen de gangbare opvatting in de problemen in de multiculturele samenleving benoemde.
Neelie Kroes 2004 - heden
Als opvolger van Bolkestein trok in 2004 Neelie Kroes (1941) naar Brussel. Tot en met 1999 was ze commissaris voor Mededinging. Zowel in als buiten Nederland werd ze geroemd om haar werk op die post. Nu zit ze op de post Digitale Agenda. Kroes is ook opgenomen in onze Nationale Portrettengalerij. Ze krijgt waardering omdat ze als sterke vrouw moeilijk werk goed gedaan krijgt.


